
Broof(Tx) vertelt slechts een deel van het verhaal. PV-branden ontstaan onder het paneel, niet boven het dak. Ontdek waarom Broof(Tx) niet genoeg is en hoe AllShield BarrierSheet daken beschermt tegen echte neerwaartse brand.
Broof-classificaties worden al lange tijd gebruikt om te beoordelen hoe een dak reageert op brand van buitenaf. Hoewel het systeem Europees is, gebruikt niet elk land dezelfde testmethode. Sommige regio's hanteren Broof(t1), andere t2, t3 of t4, afhankelijk van lokale bouwtradities en het klimaat.
Met de opkomst van fotovoltaïsche systemen staan verzekeraars en risicodeskundigen echter steeds vaker voor een andere realiteit. De meeste PV-brandincidenten ontstaan niet buiten het gebouw, maar in de smalle luchtspouw tussen het zonnepaneel en het dakoppervlak. Dit zogenaamde downward fire-scenario wordt door geen enkele Broof-methode afgedekt.
Op deze pagina wordt uitgelegd hoe Broof werkt, hoe verschillende Europese landen de t1–t4-varianten toepassen en waarom aanvullende, PV-specifieke brandtesten essentieel zijn voor echte dakveiligheid.
Broof is afkomstig uit EN 13501-5 en maakt gebruik van de CEN/TS 1187-testreeks. Alle vier de testvarianten kijken alleen naar externe brandbelasting op het dakoppervlak. Ze meten vlamuitbreiding, oppervlaktedekking en hitteschade wanneer het vuur het dak van buiten het gebouw nadert.
Wat Broof(Tx) niet meet, is het gedrag van een dak wanneer hitte en vlammen onder een zonnepaneel ontstaan. In de PV-spouw kunnen de temperaturen snel oplopen, terwijl convectie de hitte naar beneden in de waterdichting en isolatie drijft. Dit is een totaal andere branddynamiek, en een die het Broof-systeem nooit heeft bedoeld te beoordelen.
Hoewel Broof één classificatiesysteem is, hanteren landen verschillende testmethoden. Dit is de officieel gebruikte matrix in Europa:
| Broof-versie | Wat wordt er getest? | Scenario | Waar gebruikt? | Relevantie voor PV-brandveiligheid |
| t1 | Brandend vuur op het dakoppervlak | Externe brand zonder wind | Standaard in Centraal-Europa (NL, DE, BE etc.) | Laag |
| t2 | Brandend vuur + wind | Vlammen die over het dakoppervlak worden geblazen | Standaard in Scandinavië (NO, SE, FI) | Laag |
| t3 | Brandend vuur + wind + stralingswarmte | Brand met extra warmte en luchtstroom | Standaard in Frankrijk en delen van Zuid-Europa | Laag |
| t4 | Grote externe brand + helling | Gesimuleerde gevelbrand die op het dak overslaat | Standaard in het Verenigd Koninkrijk en Ierland | Zeer laag |
Deze variaties weerspiegelen regionale bouwtradities, maar het belangrijkste punt blijft: Geen van de Broof-varianten simuleert brand onder PV-panelen.

Omdat Nederland – net als Duitsland en België – Broof(t1) vereist, zijn onze systemen door Kiwa getest volgens CEN/TS 1187 Test 1. Zowel de AllShield Blue dakopbouw als de combinatie AllShield BarrierSheet op PIR voldoen volledig aan de Broof(t1) criteria. Dit is de juiste en wettelijk vereiste classificatie voor platte commerciële daken in Centraal Europa.
Maar zelfs met Broof(t1) blijft het PV brandscenario ongetest. Daarom hebben wij aanvullende en veel realistischer brandproeven uitgevoerd.
PV branden ontstaan bijna altijd in het gebied van kabels en connectoren direct onder het paneel. Warmte hoopt zich op in de ruimte onder het paneel, wordt vastgehouden en verplaatst zich omlaag de dakopbouw in. De dakbedekking, de isolatie en de mechanische bevestigingen krijgen daardoor een compleet ander warmteprofiel dan in een Broof(Tx) test.
Broof(Tx) brengt geen warmte in deze ruimte in en kan daarom de belangrijkste vraag van verzekeraars niet beantwoorden: wat gebeurt er met het dak wanneer er brand onder een PV installatie ontstaat?
Om het echte PV specifieke brandscenario te beoordelen, hebben wij meerdere gerichte brandproeven uitgevoerd.
De eerste proef is gebaseerd op CLC/TR 50670, waarbij een 15 kW gasbrander direct onder een PV paneel wordt geplaatst. Deze proef creëert de neerwaartse brandgeometrie die Broof nooit nabootst. Uit de resultaten blijkt dat de vlammen boven het AllShield BarrierSheet blijven en niet doordringen in de isolatie of constructieve lagen.
Daarnaast hebben wij grootschalige brandtesten uitgevoerd bij ZAG, met houtkribben die een hogere en langere warmtevrijgave hebben dan de CLC methode. De testen zijn uitgevoerd met PIR en EPS in verschillende diktes, diverse PV merken en echte montagesystemen. In elke configuratie voorkwam de BarrierSheet dat vlammen de dakopbouw binnendrongen, en de isolatietemperaturen bleven binnen veilige grenzen.
Extra full-scale opstellingen met PVC, bitumen, PIR, EPS en staalplaat bevestigden hetzelfde gedrag.
Een PV dak heeft twee afzonderlijke eisen. De dakconstructie moet voldoen aan de nationale Broof testmethode (in Nederland t1), en het PV systeem moet aantoonbaar veilig zijn in een neerwaarts brandscenario. Veel traditionele systemen voldoen alleen aan de eerste eis.
Met AllShield BarrierSheet is het dak Broof conform én beschermd tegen neerwaartse brand. De combinatie met PIR resulteert in een lichtere, stabielere en door verzekeraars geaccepteerde oplossing in vergelijking met steenwol. De grootschalige testen bij ZAG en de resultaten van CLC/TR 50670 leveren verifieerbaar bewijs dat de dakopbouw beschermd blijft, zelfs onder zware en realistische PV brandbelasting.
Broof(Tx) is een essentiële classificatie voor externe brandbelasting, maar test niet het belangrijkste PV specifieke brandscenario. De enige manier om neerwaarts brandgedrag te beoordelen is via PV gerichte brandtesten. De resultaten van CLC/TR 50670 en het grootschalige ZAG programma tonen aan dat AllShield BarrierSheet neerwaartse brand effectief stopt en de dakopbouw beschermt onder extreme omstandigheden.
Deze combinatie van Broof(Tx) conformiteit en bewezen PV brandweerstand biedt een modern, lichtgewicht en verzekeringsklaar dakconcept voor commerciële gebouwen.
Platte daken – zeker die met zonnepanelen – lopen een steeds groter brandrisico. Zelfs de beste brandvertragende membranen beschermen beperkt tegen vliegende vonken of thermische hitte onder PV-panelen. Daarom ontwikkelde AllShield twee niet-brandbare systemen, elk afgestemd op een specifiek gebruik.